standards:
xhtml  css

Zeerijp

De bakstenen kerk van Zeerijp is één van de mooiste van de provincie Groningen.

De kerk van Zeerijp.

Wat zou Karel de Grote zich machtig hebben gevoeld. Als hij meer dan 500 jaar na zijn dood, de kerk van Zeerijp nog één maal mocht aanschouwen in de 14e eeuw. Hij zou dan hoog oprijzende kerkgebouwen zien, versierd met spitsbogen en kraalprofielen. De rode bakstenen gaven de kerk iets voornaams. Rood was voor de friezen de kleur van goud en van het slachtvee. Karel zou zich herinneren dat volgens de legende hij de kerstening van dit gebied had ingezet, door er 12 heidense rechters de zee op te sturen. In de 14e eeuw was de kerstening in alles doorgedrongen. Zelfs het gewone volk wilde bij de kerk begraven worden met het gezicht naar het oosten i.p.v. naar het noorden.

Maar welke kerk ging er aan deze mooie vooraf? Eerst was er een klein zaalkerkje langs de dijk, waarvan de fundamenten (7,5 bij 20 meter) zijn gevonden onder de huidige kerk. De parochie van zeerijp was waarschijnlijk afgesplitst van die van Eenrum en kreeg als bruidsgift de landerijen mee. De muren van kerken waren vanaf de 11e eeuw van tufsteen zoals ook de beelden. Tufsteen kwam uit de Eifel en werd via markten in Deventer en Utrecht verhandeld richting het noorden. In de huidige binnenmuren van de kerk zijn ook brokjes tufsteen aangetroffen. Bekende priesters uit die eerste tijd zijn: Herbrand, in 1227 gedood bij een vete en Menko, befaamd om zijn juridische kennis.

Kort voor het midden van de 14e eeuw werd het huidige gebouw in gebruik genomen, gewijd aan de apostel Jacobus. Uit die tijd is ook de aanbouw van de eerste school en er was waarschijnlijk ook een ondergronds waterkanaal om zoet water aan te voeren. De baksteen kerken bouw rond de Fivelboezem bereikte met Zeerijp zijn hoogtepunt. Met als voorbeeld de abdijkerk te Aduard, werd de Zeerijpkerk in meerdere fasen uitgebreid tot kruiskerk met zijarmen. Met profielstenen werden sierpatronen samengesteld, zo werden de mogelijkheden van het bouwmateriaal volledig benut. Het interieur van de kerk had bijna een tapijtvormig karakter.

In de 15e en 16e eeuw volgden verdere uitbreidingen: de ramen werden vergroot en het schilderwerk aangepast, ook kwam er een vicaris ( onderpastoor of kapelaan). In 1594 kwamen de protestanten aan de macht. De muurschilderingen werden overgewit en de heiligbeelden werden kapotgeslagen.

Later van 1645 tot 1651 werd het orgel voorzien van speciale mechaniekjes met nachtegaal en een paukenslag en een ronddraaiende ster. De kerk werd gebruikt door de dorpselite om het eigen aanzien te vergroten en was het schouwtoneel van de machtigen der aarde.

Van 1714 tot 1737 was er nog een beroemde predikant. Johannes Verschuir, onderwijzer en wiskundige was de grondlegger van het piëtisme.

De toren kwam er bij in de 15e of 16e eeuw. Oorspronkelijk zaten er vier stenen toorntjes bovenop, misschien wel op de hoeken, zoals de hoektorens in Vlaanderen. In 1665 werden deze vervangen door een hoge spits. In 1834 werd deze op zijn beurt vervangen door het huidige zadeldak.

De kerk en toren doorstonden de eeuwen. Maar de gloriedagen van de kerk lagen toch echt in het midden van de 14e eeuw, toen de Sint Jacobs pelgrims zich verzamelden voor de bontgekleurde kerkpoorten om op bedevaart te gaan naar Santiago de Compostella. Karel de brenger van het christendom- zou trots zijn geweest.